het-nieuwe-pensioencontract

Met de uitwerking van het pensioenakkoord in de hoofdlijnennotitie is ook het nieuwe pensioencontract gepresenteerd.

Uitgangspunten nieuwe pensioencontract

In het nieuwe contract is sprake van een pensioendoelstelling. De deelnemers in het nieuwe contract krijgen een pensioenpremie toegezegd. Er komt daarmee een eind aan de vaste pensioenopbouw. In plaats daarvan krijgt iedere deelnemer een persoonlijk aandeel in het collectieve pensioenvermogen van het pensioenfonds. Hiermee ‘koopt’ de deelnemer later zijn pensioenuitkering. Voor deelnemers is zo direct inzichtelijk hoeveel vermogen voor hun eigen pensioenvoorziening beschikbaar is.

In het contract is sprake van één collectief met actieven, gewezen deelnemers en gepensioneerden.

Overgang naar premieovereenkomst

Net als in de huidige uitkeringsovereenkomst wordt de pensioenuitkering bepaald door de premies die worden ingelegd en het behaalde beleggingsrendement. In het nieuwe pensioencontract wordt duidelijker dat de pensioenuitkering niet zeker is. De pensioenuitkering is afhankelijk van de ingelegde premies, behaalde beleggingsresultaten en ontwikkelingen in de rente. Het nieuwe pensioencontract is een zogenaamde premieovereenkomst.

De beloofde zekerheid van de huidige uitkeringsovereenkomst wordt vaak niet waargemaakt. Pensioenuitkeringen zijn al jaren niet verhoogd. Sterker nog er hangt zelf een dreiging tot korting van pensioenen in de lucht. Doel van het nieuwe pensioencontract is om minder te beloven, maar uiteindelijk meer waar te maken. Er bestaat straks geen vaste pensioenuitkering meer.

Risicoverdeling in het nieuwe pensioencontract

Ouderen en jongeren dragen in het nieuwe pensioencontract samen de risico’s van een kapitaalgedekt pensioencontract. Het gaat om financiële risico’s (veranderingen in aandelenkoersen en rentestanden) en wijzigingen in de levensverwachting. In het nieuwe pensioencontract wordt het gehele vermogen nog steeds collectief belegd, met één collectief beleggingsresultaat. Dit beleggingsresultaat wordt vervolgens verdeelt over de deelnemers. Oudere deelnemers worden relatief meer beschermd tegen renteschokken dan jongere deelnemers. Daarmee wordt voorkomen dat ouderen het renterisico van jongeren overnemen. Pensioenuitkeringen worden hierdoor stabieler en minder rentegevoelig.

Omdat jongere deelnemers nog een groot deel toekomstige pensioenopbouw voor zich hebben, kunnen zij meer risico dragen dan oudere deelnemers en gepensioneerden. Meer risico betekent zowel een grotere daling van het pensioenvermogen van de jongere als het tegenzit, als een grotere stijging wanneer het meezit. De verdeling van risico naar leeftijd werkt dus beide kanten op in goede en slechte tijden. Uitgangspunt bij de toedeling van de beleggingsresultaten is dat bepaalde groepen hierbij niet op voorhand worden bevoordeeld of benadeeld.

Conclusie

Door de komst van het nieuwe pensioencontract verandert het Nederlands Pensioenlandschap ingrijpend. De pensioenuitkeringen worden onzekerder. Tegelijkertijd is de verwachting dat de pensioenuitkeringen hoger worden.